Echtheidskenmerken van het Zwem-ABC

Hoe kun je zien of je het originele zwemdiploma A, zwemdiploma B of zwemdiploma C in handen hebt, dat wordt uitgegeven door het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ? Op de voorzijde van het diploma is rechtsonderin een zilverkleurig hologram te zien (sinds november 2011). Daarnaast is het ‘ABC’ blokje kenmerkend voor het Zwem-ABC. Ieder zwemdiploma heeft bovendien een uniek nummer, dat op de achterzijde linksboven van het diploma is te vinden.


Het Zwem-ABC

Het Zwem-ABC bestaat uit drie Nationale Zwemdiploma's: A, B en C. Het Zwem-ABC is gericht op kinderen vanaf 4 jaar. De zwemdiploma's A en B zijn daarin waardevolle tussenstapjes, maar wie het complete Zwem-ABC op zak heeft, is pas een échte vriend van het water geworden. Een kind met het Zwem-ABC op zak doet met veel plezier mee aan alle mogelijke activiteiten in en om het water.


Hoe snel heeft jouw kind het Zwem-ABC compleet?

Als het A-diploma eenmaal binnen is, zijn diploma B en het complete Zwem-ABC ook binnen bereik. Uitgangspunt voor het gemiddelde kind om diploma A te behalen is een lesduur van in totaal 48 klokuren. Voor diploma B staan gemiddeld 12 klokuren, en voor C nog 12 klokuren. B en C samen kosten dus nog minder tijd dan het A-diploma alléén.

De totale duur hangt af van hoe de zwemles wordt aangeboden en van de ontwikkeling van het kind. Een kind kan bijvoorbeeld een zwemdiploma halen door 1x of 2x per week te lessen, maar ook door het volgen van een spoedcursus.


Eisen voor het Zwem-ABC?

Zwemdiploma A
Zwemdiploma B
Zwemdiploma C


De eerste reeks zwemlessen

Bij het Zwem-ABC wordt in het begin veel aandacht besteed aan het watervrij maken van kinderen. Dit is een hele belangrijke periode. Hierin wordt de basis gelegd voor het leren zwemmen. Kinderen leren drijven op de borst en rug, te water gaan en er uit klimmen, draaien van borst naar rug naar borst, onder water gaan, onder water kijken en zoeken. Deze zaken zorgen ervoor dat kinderen het water leren kennen en zich er prettig in gaan voelen.

Veel oefeningen worden in spelvorm aangeboden, omdat dat voor jonge kinderen de beste manier is om iets te leren. Denk dus niet dat het kind alleen maar speelt in het water. Ieder spel heeft een bedoeling. Na deze periode van watervrij maken is het tijd voor de volgende fase: de zwemslagen.


Zwemslagen en nog meer vaardigheden

Bij het Zwem-ABC leren kinderen vanaf het begin vier zwemslagen: enkelvoudige rugslag, schoolslag, borstcrawl en rugcrawl. Deze laatste twee zijn kennismakingsslagen en worden bij ieder diploma moeilijker. Behalve aan de zwemslagen blijft ook aandacht besteed worden aan allerlei oefeningen in diep water, zoals verschillende manieren van in het water gaan, onder water zwemmen, klimmen en klauteren op een vlot en op de kant en naar de bodem gaan


Zwemveiligheid

Bij het Zwem-ABC ligt een belangrijk accent op het veilig zijn in het water. Al vanaf de eerste zwemlessen wordt hieraan aandacht besteed. Er wordt geoefend met vallen en opstaan, in het water springen en uit het water klimmen. Ook met kleren aan in het water zijn komt regelmatig tijdens de lessen aan de orde.


Eisen voor het Zwem-ABC

Sinds oktober 1998 gaat iedereen die leert zwemmen in opleiding voor het Zwem-ABC. Wie alle drie diploma's (A, B en C) bezit krijgt het predikaat Zwemveilig. Het Zwem-ABC staat voor een kindvriendelijke manier van leren zwemmen, waarbij zwemveiligheid een prominente rol inneemt en biedt alle vaardigheden iedereen tegenwoordig nodig heeft bij het zwemmen in subtropische zwemparadijzen en bij activiteiten op, in en aan het buitenwater. Het Zwem-ABC kent een logische opbouw, waardoor leerlingen bij het behalen van ieder diploma vaardiger en veiliger worden. Niet de zwemslagen staan centraal, maar het veilig en vrij bewegen in het water onder alle omstandigheden.


Blijven zwemmen

Een kind dat zwemdiploma C heeft gehaald, heeft een paspoort voor een leven lang zwem- en waterplezier. Maar het is raadzaam om regelmatig te blijven zwemmen na het halen van het Zwem-ABC. Kinderen in de groei die hun geoefendheid niet op peil houden, lopen gevaar dat de opgedane vaardigheden in het water verminderen of zelfs verloren gaan. Het spreekt vanzelf dat daarmee de veiligheid van het kind niet langer gewaarborgd is.


Kledingeisen

Badkleding

Het is belangrijk dat uw kind tijdens de zwemles badkleding draagt. Dat zit lekker en is hygiënisch. Het soort of merk maakt verder niet uit.

Gekleed zwemmen tijdens diplomazwemmen

De kleding die wordt voorgeschreven bij diplomazwemmen voor Zwemdiploma A, Zwemdiploma B en Zwemdiploma C is verplicht.

Zwembandjes en drijfmaterialen

In de zwembranche is veel discussie over de vraag wat beter is: op een 'natuurlijke' manier leren zwemmen zonder hulpmiddelen, of het kind in het begin ondersteunen door het bandjes of een drijfpakje aan te doen. Het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ kijkt naar het resultaat en dat is bij beide benaderingen hetzelfde. Aanbieders van zwemles zijn dus vrij in hun keuze of ze drijfmiddelen toestaan of gebruiken.

Zwembrilletje

Reageren de ogen van je kind erg gevoelig op chloor tijdens het zwemmen? Je kunt bespreken met de zwemonderwijzer óf en wanneer een chloorbrilletje tijdens de lessen gebruikt mag worden. Bij het diplomazwemmen is een zwembrilletje niet toegestaan. De reden? Als je kind onverwacht in het water terecht komt, heeft hij/zij ook geen zwembrilletje op en moet je kind zich kunnen redden.

Kijk voor meer informatie bij de veel gestelde vragen.

Kun je als ouder iets doen om het leren zwemmen te versnellen?

Je kunt het voor je kind makkelijker maken door veel te gaan zwemmen. Doe dan geen oefeningen, maar maak het zwemmen leuk. Ga samen van de glijbaan of doe spelletjes. Jouw aanwezigheid zorgt ervoor dat je kind zich op zijn/haar gemak gaat voelen in het water. Dat geeft zelfvertrouwen!

Moet je kind het diploma A, B én C halen?

Ja, want alleen met zwemdiploma A, B én C is je kind echt voorbereid op een leven lang zwemplezier. In 1998 is het zogenoemde Zwem-ABC ontwikkeld. Met de komst van de zwemparadijzen met wildwaterglijbanen en veel nieuwe vormen van recreatie in, op en bij het water, hebben kinderen andere vaardigheden nodig dan vroeger. Die andere vaardigheden leren kinderen vooral tijdens de lessen die voorbereiden op het zwemdiploma C. Anders dan vroeger, toen er nog alleen diploma A en B waren, hebben kinderen dus ook echt diploma C nodig.

Hoe zijn de eisen van het Zwem-ABC tot stand gekomen?

Het Zwem-ABC is opgebouwd rond 8 basiselementen, namelijk: 'te water gaan', 'onder water', 'draaien', 'drijven', 'watertrappen', 'voortbewegen', 'ademhalen' en 'survival'.

Voor ieder basiselement zijn één of meer eindtermen geformuleerd voor de examenprogramma's van zowel Zwemdiploma A, B als C (met uitzondering van 'ademhalen'). Met behulp van de geformuleerde eindtermen zijn opdrachten samengesteld die onderdeel uitmaken van het examenprogramma.

Zwemleslocator

Bekijk op de zwemleslocator waar in jouw provincie zwemles voor het Zwem-ABC wordt gegeven en selecteer de juiste aanbieder.